Sylvestercross 2017

De zwaarste editie die ik ooit heb meegemaakt in Soest en tegelijkertijd voor mij de snelste ooit!

Door de vele regen de afgelopen dagen was het parcours al erg nat, tot overmaat van ramp ging het tijdens de warming-up weer regenen en ook tijdens de race hield dit aan waardoor vooral de kleine ronde in één groot waterballet veranderde.

Waar je normaal gesproken zeker in de grote ronde mooi op ontspanning langs de rechte bospaden kunt lopen, was het nu eigenlijk constant bikkelen en opletten geblazen.

Tijdens de warming-up had ik al een beetje last van m’n linkerknie gekregen, die de laatste anderhalve week wat opspeelt. Tijdens de race werd dit nauwelijks minder en toen we aan het eind van de korte ronde het zand bereikten, was ik zelfs even gedwongen tot wandelen en dacht een moment aan uitstappen.

Vlug schudde ik dat idee van me af, raapte mezelf bij elkaar en vervolgde de wedstrijd. Al snel kon ik het tempo weer oppakken, lopers die me gepasseerd waren weer inhalen en zelfs nog wat sneller gestarte jongens passeren om uiteindelijk te finishen als 77e (van de 100) in een netto tijd van 13:07. Zo snel was ik nooit eerder in Soest, en dat onder deze zware omstandigheden, geweldig!

De komende tijd dus op dezelfde wijze door blijven trainen, die blijkbaar goed werkt gezien de Warandeloop en nu, de knie goed in de gaten houden en eind januari knallen bij de Mastboscross in Breda. ?

Albumrecensie: Spoon – They Want My Soul

‘Yes, yes, I know, they want my soul’, schampert Britt Daniel in het titelnummer van het achtste studioalbum van zijn band Spoon. Om nog maar eens duidelijk te maken dat ‘ze’ die toch nooit zullen krijgen. Sinds de release van het debuut Telephono in 1996 heeft Spoon immers gaandeweg bewezen één van de meest eigenzinnige indie rock ’n roll-bands van hun tijd te zijn. En nu, ruim vier jaar na voorganger Transference, is de band terug: en hoe. De pauze heeft het gezelschap duidelijk goed gedaan, zo is te horen aan de speels- en frisheid waarmee bijvoorbeeld opener “Rent I Pay” wordt gebracht, terwijl het tegelijkertijd onmiddellijk herkenbaar is als Spoon: de typerende nonchalance is gebleven, het is alsof het zo even uit de mouw wordt geschud. “They Want My Soul” herbergt een verzameling liedjes die afwisselend melancholisch, vrolijk, ingetogen en uitbundig klinkt. In een kleine 38 minuten vuren Daniel en co hun hele arsenaal op je af: stampende indierock, soul, pop, elektronica, de kenmerkende rasp in Daniels vocalen, het is er allemaal. En dat met een immer waanzinnig gevoel voor melodie, dosering en oog voor detail. De aanzwellende en dan weer wegebbende synth in “Inside Out” bijvoorbeeld, de opbouw naar het tweede couplet van “Do You” of de bizarre gitaarerupties in “Knock Knock Knock”: ook de productie verdient zeker een pluim. They Want My Soul laat horen hoe spannend rock ’n roll anno 2014 kan klinken.

Deze recensie verscheen eerder op File Under.

Albumrecensie: Herrek – Waktu Dulu

20130310-143102.jpg

Voor wie de Nederlandse indiemuziek een beetje volgt is Gerrit van der Scheer geen onbekende. Zo timmerde hij in het verleden aan de weg met bands als Bonne Aparte en Adept en maakt hij deel uit van Luik, waarvan begin vorig jaar bij Snowstar Records, onder andere bekend van I Am Oak, het album ‘Owls’ verscheen. Nu is er de band Herrek, die met ‘Waktu Dulu’ bij datzelfde label met een persoonlijk album komt over Van der Scheer’s vroege jeugd in Papoea, Indonesië, waar hij opgroeide tot zijn negende.

Bij de eerste krekelgeluiden van opener ‘Rain’ waan je je gelijk in de tropische streken waar Herrek, zoals de lokale bevolking zijn voornaam uitsprak, als kind woonde. De slowcore die zich vervolgens ontvouwt wordt gekenmerkt door een bezwerende, mystieke sfeer. Sobere arrangementen en eenvoudige composities, veelal gebaseerd op zich herhalende gitaarpatronen vormen samen met de omgevingsgeluiden stemmige, dromerige soundscapes. Hierop vertelt Van der Scheer op ingetogen wijze, soms bijna fluisterzacht zijn verhalen. Zo word je meegenomen op een reis langs zijn herinneringen. Hiernavolgende liedjes drijven op dezelfde sfeer, al wordt deze gaandeweg nog een tikje donkerder dan hij al was. De ritmesectie bestaat veelal uit niet meer dan een sidestick en een simpele baslijn, less is more. Vaak zingt Van der Scheer met zijn lome stem alleen, om plots door een koortje ondersteund te worden. In ‘Drown’ wordt na een tijdje wat meer gas gegeven, maar echt uitbundig wordt het nergens: het achterste van Herrek’s tong krijgen we niet te zien. De krekels keren terug in ‘The Dark’ en afsluiter ‘White’. Alleen ‘Tiger Eyes’ doorbreekt halverwege de zorgvuldig opgebouwde sfeer enigszins. Met een vrij stevige, welhaast dansbare bass drum als fundament is het toch wat een vreemde eend in de bijt.

‘Waktu Dulu’ is, ondanks de tekortkomingen, een indrukwekkend debuutalbum. Herrek weet goed met dosering om te gaan en heeft met subtiele nuances en accenten in de arrangementen veel oog voor detail. Dit zorgt hier en daar voor zeer memorabele momenten. Daarbij valt op dat juist de meest verstilde stukken de diepste indruk maken. Met een speelduur van ongeveer een half uur lijkt het aan de korte kant, maar de zeven liedjes vormen samen een mooi afgerond geheel.

Deze recensie verscheen eerder op Stilllife.